ECLI:NL:GHAMS:2010:BN1177
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A.R.R.M. Boumans
- L.J. Saarloos
- A. Jongbloed
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging beslissing inzake vestigingsplaats gerechtsdeurwaarder zonder oplegging maatregel
In deze zaak is door de Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders (KBvG) een klacht ingediend tegen een gerechtsdeurwaarder die formeel gevestigd is in een bepaalde plaats, maar feitelijk zijn kantoor heeft verplaatst naar een andere locatie. De klacht richt zich op het niet voldoen aan artikel 16 van Pro de Gerechtsdeurwaarderswet, dat voorschrijft dat een gerechtsdeurwaarder een kantoor moet houden in zijn plaats van vestiging.
De kamer voor gerechtsdeurwaarders heeft de klacht gegrond verklaard, omdat de gerechtsdeurwaarder geen volwaardig kantoor meer hield op zijn vestigingsplaats en daarmee in strijd handelde met de wet en de kwaliteitsnormen van de KBvG. De kamer zag echter af van het opleggen van een maatregel, mede vanwege de persoonlijke omstandigheden van de gerechtsdeurwaarder.
De KBvG stelde hoger beroep in tegen deze beslissing en verzocht om een strengere tuchtrechtelijke maatregel. Het hof heeft het hoger beroep behandeld en de bestreden beslissing van de kamer bekrachtigd. Het hof voegt toe dat ook gerechtsdeurwaarders in loondienst aan dezelfde wettelijke vereisten moeten voldoen als zelfstandig gevestigde gerechtsdeurwaarders, waaronder het houden van een kantoor in de plaats van vestiging.
De uitspraak benadrukt het belang van een kantoor op de juiste plaats voor de rechtszekerheid en bereikbaarheid voor justitiabelen. Het hof ziet echter geen aanleiding om de maatregel van de kamer te verzwaren en bevestigt daarmee de eerdere beslissing.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beslissing dat de gerechtsdeurwaarder geen kantoor houdt in zijn vestigingsplaats, maar legt geen strengere tuchtrechtelijke maatregel op.