ECLI:NL:GHAMS:2010:BN1828
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- G.J. Driessen-Poortvliet
- C.G. Kleene-Eijk
- M.E. Burger
- Rechtspraak.nl
Ontbinding geregistreerd partnerschap en afwijzing nevenvoorzieningen levensonderhoud
Partijen waren gehuwd sinds 1981 en hadden hun huwelijk in 2005 omgezet in een geregistreerd partnerschap. Dit partnerschap werd in 2009 beëindigd door een beëindigingsovereenkomst en inschrijving bij de burgerlijke stand.
De vrouw had bij de rechtbank een verzoek tot ontbinding van het geregistreerd partnerschap ingediend, waarna de man een zelfstandig verzoek tot een levensonderhoudsuitkering van € 659 per maand indiende. De rechtbank wees dit verzoek af.
In hoger beroep betwistte de man dat na de ontbinding van het geregistreerd partnerschap nog over nevenvoorzieningen beslist kon worden. Het hof oordeelde dat het nevenverzoek slechts behandeld kan worden zolang het hoofdverzoek (ontbinding) nog relevant is. Nu het partnerschap op gemeenschappelijk verzoek was ontbonden, was het belang bij het nevenverzoek vervallen.
Het hof bekrachtigde daarom de beschikking van de rechtbank, wees het hoger beroep van de man af en bepaalde dat ieder zijn eigen proceskosten draagt.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking van de rechtbank en wijst het verzoek tot levensonderhoudsuitkering af.