ECLI:NL:GHAMS:2010:BN1855
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- M.M.A. Gerritzen-Gunst
- M. Wigleven
- H.S.G. Verhoeff
- Rechtspraak.nl
Gerechtelijke vaststelling vaderschap na vernietiging erkenning en overlijden biologische vader
In deze zaak is het vaderschap van de overleden heer X ten aanzien van B gerechtelijk vastgesteld. B was geboren uit de relatie van zijn moeder en de heer X, maar was erkend door de heer Y, met wie zijn moeder gehuwd was. De erkenning door Y werd later vernietigd.
Appellant A kwam in hoger beroep tegen de beschikking waarin het vaderschap van X werd vastgesteld. Hij stelde dat er beletselen waren omdat B ten tijde van het overlijden van X een juridische vader had en dat er een termijn geldt voor het verzoek tot vaststelling van het vaderschap.
Het hof oordeelde dat op het moment van de gerechtelijke vaststelling geen juridische vader meer was, omdat de erkenning door Y was vernietigd en dat de toestand op het moment van de beschikking bepalend is. Tevens is geen wettelijke termijn voor het verzoek tot gerechtelijke vaststelling van het vaderschap van toepassing.
Daarom werd de beschikking van de rechtbank bekrachtigd en het beroep van A afgewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking waarin het vaderschap van de overleden heer X ten aanzien van B is vastgesteld.