ECLI:NL:GHAMS:2010:BN3102
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- G.J. Driessen-Poortvliet
- R.G. Kemmers
- D. Kingma
- Rechtspraak.nl
Wijziging alimentatieverplichting na wijziging draagkracht en behoefte ex-partners
Partijen zijn in 1989 gehuwd en gescheiden in 2006. Uit het huwelijk zijn twee kinderen geboren die co-ouderschap hebben. De man was verplicht een uitkering tot levensonderhoud aan de vrouw te betalen, aanvankelijk vastgesteld op €2.440,- per maand, later gewijzigd naar €2.000,-. De man verzocht om verlaging van deze uitkering naar nihil per 1 mei 2009, stellende dat zijn draagkracht was afgenomen en de vrouw haar inkomen had verhoogd.
Het hof oordeelde dat er sprake was van een wijziging van omstandigheden in de zin van artikel 1:401 lid 1 BW Pro, omdat het inkomen van de vrouw was gestegen en de man een hoger inkomen genoot dan aanvankelijk aangenomen. De vrouw werkte parttime en had zorg voor de kinderen, waardoor het hof haar niet kon verplichten fulltime te werken.
De behoefte van de vrouw werd vastgesteld op €87.403,- per jaar, met een aanvullend tekort van €995 per maand. De man beschikte over voldoende draagkracht, mede door een stamrecht B.V. en inkomen uit consultancy, om deze uitkering te betalen. De beschikking van 7 juni 2007 werd daarom gewijzigd en de uitkering vastgesteld op €995 per maand vanaf 1 mei 2009. Eventuele teveel betaalde bedragen hoeven niet te worden teruggevorderd.
Uitkomst: De alimentatieverplichting van de man aan de vrouw wordt gewijzigd en vastgesteld op €995 per maand vanaf 1 mei 2009.