ECLI:NL:GHAMS:2010:BN3118
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- G.J. Driessen-Poortvliet
- H.S.G. Verhoeff
- J.E. Geuzinge
- Rechtspraak.nl
Vaststelling omgangsregeling tussen vader en kinderen tegen wil van moeder
In deze zaak staat de omgang tussen de vader en zijn twee kinderen centraal, waarbij de moeder tegen de omgang is. Het hof heeft een deskundigenonderzoek laten uitvoeren dat concludeert dat de ouders niet tot constructieve communicatie zijn gekomen en dat een integrale aanpak via de Bascule noodzakelijk is. Kind A ondergaat therapie vanwege traumatisering, terwijl kind B geen indicatie voor therapie heeft.
De vader wenst omgang met beide kinderen en verzoekt tevens om een dwangsom tegen de moeder bij niet-nakoming van de omgangsregeling. De moeder wenst het verzoek af te wijzen en stelt dat het traject bij de Bascule moet worden voortgezet. De Raad voor de Kinderbescherming adviseert dat omgang met begeleiding moet starten, omdat de kinderen recht hebben op contact met hun vader.
Het hof oordeelt dat omgang met kind B in het belang van het kind is en stelt een gefaseerde omgangsregeling vast zonder begeleiding. Voor kind A wijst het hof omgang af zolang de therapie loopt vanwege diens getraumatiseerde toestand. Het aanvullend verzoek van de vader tot eenhoofdig gezag en dwangsom wordt niet-ontvankelijk verklaard. De beschikking van de rechtbank wordt deels bekrachtigd en deels vernietigd.
Uitkomst: Omgangsregeling met kind B wordt vastgesteld, omgang met kind A afgewezen, aanvullend verzoek vader niet-ontvankelijk verklaard.