ECLI:NL:GHAMS:2010:BN3431
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boetebeschikking wegens ontbreken grove schuld bij fosfaatoverschot
Belanghebbende, een camping- en veehouder, besteedde in 2002 de bemesting van zijn land volledig uit aan een loonbedrijf. De inspecteur legde een naheffingsaanslag fosfaatheffing op wegens een vastgesteld overschot van 731 kg fosfaat, gebaseerd op drie vrachten mest die volgens afleveringsbewijzen en rittenstaten op het perceel van belanghebbende waren gebracht.
Belanghebbende betwistte de aanwezigheid van deze vrachten op zijn grond en verwees naar correctiebrieven van de transporteur, maar kon dit niet aannemelijk maken. Het hof achtte de inspecteur geslaagd in het bewijs dat de mest daadwerkelijk was geleverd. Wel oordeelde het hof dat belanghebbende persoonlijk geen grove schuld kon worden verweten voor het niet correct opgeven van de aanvoer, waardoor de boetebeschikking werd vernietigd.
De rechtbank had eerder het beroep ongegrond verklaard, maar het hof vernietigde het vonnis voor zover het de boetebeschikking betrof. De naheffingsaanslag werd gehandhaafd. Daarnaast werd de inspecteur veroordeeld in de proceskosten en werd het betaalde griffierecht aan belanghebbende vergoed.
Uitkomst: De naheffingsaanslag fosfaatheffing wordt gehandhaafd, maar de boetebeschikking wordt vernietigd wegens ontbreken van grove schuld.