ECLI:NL:GHAMS:2010:BN4092
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A.H.A. Scholten
- D. Kingma
- M.P. van Achterberg
- Rechtspraak.nl
Geen tekortkoming in vermogensbeheer door Van Lanschot ondanks koersdalingen en beleggingsbeleid
Appellanten stelden dat Van Lanschot tekort was geschoten in haar zorgplicht door onvoldoende onderzoek te doen naar hun financiële situatie en beleggingsdoelstellingen, en door ondeugdelijk beheer van hun portefeuilles. Zij voerden aan dat de portefeuilles een pensioenbestemming hadden en dat het beheer te risicovol was, met onvoldoende spreiding en beschermingsmaatregelen.
Het hof oordeelde dat Van Lanschot mocht uitgaan van vrij belegbare vermogens en dat de doelstelling vermogensgroei met een doelrendement van 8%-10% passend was bij de financiële situatie van appellanten. De waarschuwingen over risico’s waren voldoende gegeven, mede gezien de ervaring en kennis van appellanten en hun accountant. Het beleggingsbeleid was in lijn met de overeengekomen doelstellingen en het risicoprofiel.
Verder was onvoldoende gesteld dat Van Lanschot beschermingsmaatregelen had moeten nemen bij de koersdalingen na het barsten van de ICT-bubble. Het hof verwierp ook de stelling dat Van Lanschot onvoldoende had beheerd. De grieven van appellanten werden afgewezen en het vonnis van de rechtbank werd bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst de vorderingen van appellanten af wegens onvoldoende bewijs van tekortkoming door Van Lanschot.