ECLI:NL:GHAMS:2010:BN4437
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- R.G. Kemmers
- A. van Haeringen
- D. Kingma
- Rechtspraak.nl
Beoordeling hoofdverblijfplaats en zorgregeling na echtscheiding met verzoek tot verhuizing naar Frankrijk
De zaak betreft een geschil tussen ouders over de hoofdverblijfplaats van hun kinderen en de toestemming voor verhuizing naar Frankrijk na hun echtscheiding. De moeder verzocht om zonder instemming van de vader met de kinderen naar Frankrijk te verhuizen en wijziging van de zorgregeling. De vader stelde zich hiertegen op en verzocht om de hoofdverblijfplaats bij hem te bepalen.
Het hof overwoog dat de moeder onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij in Frankrijk in haar levensonderhoud en dat van de kinderen kan voorzien, noch dat zij in Nederland geen redelijke inkomsten kan verwerven. De economische noodzaak voor verhuizing werd onvoldoende onderbouwd. Tevens oordeelde het hof dat het belang van de kinderen bij regelmatige omgang met de vader in Nederland zwaarder weegt dan het belang van de moeder om te verhuizen.
De zorgregeling werd vastgesteld waarbij de kinderen bij de moeder verblijven, maar regelmatig een weekend per veertien dagen, woensdagavond tot donderdag en de helft van de vakanties bij de vader verblijven. Het verzoek van de moeder om zonder instemming van de vader te verhuizen werd afgewezen, en de beschikking van de rechtbank werd op dit punt vernietigd en opnieuw vastgesteld door het hof.
Uitkomst: Het verzoek van de moeder om zonder instemming van de vader met de kinderen naar Frankrijk te verhuizen is afgewezen en de zorgregeling is vastgesteld met hoofdverblijfplaats bij de moeder en regelmatige verblijven bij de vader.