ECLI:NL:GHAMS:2010:BN4805
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep kort geding
- J.P. Fokker
- I.A. Katz-Soeterboek
- W. Duitemeijer
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtsgeldigheid beëindiging arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden
De werknemer trad op 16 februari 2009 in dienst bij White Socks Stables B.V. (WSS) als trainer met een arbeidsovereenkomst voor twaalf maanden. Op 6 juni 2009 werd een verklaring tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden getekend, maar de werknemer stelde dat deze onder dwang en zonder vrije wil was getekend.
De kantonrechter kende in eerste aanleg de vorderingen van de werknemer toe, waaronder wedertewerkstelling en loondoorbetaling. WSS ging hiertegen in hoger beroep en voerde aan dat er wel degelijk sprake was van een geldige beëindigingsovereenkomst en dat de werknemer geen spoedeisend belang had.
Het hof oordeelde dat de wils-vertrouwensleer vereist dat de werknemer ondubbelzinnig en vrijwillig instemt met beëindiging. WSS had onvoldoende bewezen dat de werknemer begreep waar hij mee instemde en dat er geen sprake was van druk of dwang. Ook was niet voldaan aan de voorwaarden van het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen (BBA) voor opzegging zonder dringende reden.
Daarom is de arbeidsovereenkomst geacht te zijn voortgezet tot 16 februari 2010 en heeft de werknemer recht op wedertewerkstelling en loon. Het hoger beroep van WSS wordt afgewezen, met uitzondering van een deel van de veroordeling tot wedertewerkstelling vanaf 16 februari 2010. WSS wordt veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep van WSS af en bevestigt dat geen geldige beëindigingsovereenkomst is gesloten.