ECLI:NL:GHAMS:2010:BN6211
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J. den Boer
- J.P.A. Boersma
- D.B. Bijl
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde woning na verbouwing en toepassing gelijkheidsbeginsel
Belanghebbende en zijn mede-eigenaar hebben een woning gekocht voor €715.000 en deze na aankoop grondig verbouwd. De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde vast op €916.080 per waardepeildatum 1 januari 2005 met toestandsdatum 1 januari 2007, rekening houdend met de verbouwing. Belanghebbende betwistte deze waardering en stelde dat de verbouwing niet meegewogen mocht worden en dat de WOZ-waarde niet hoger mocht zijn dan de aankoopprijs.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de waardering conform de Wet WOZ correct was, mede omdat de woning na aankoop was gerenoveerd en de waarde daarom op de toestandsdatum moest worden bepaald. Het hof bevestigde dit oordeel en wees erop dat de heffingsambtenaar voldoende aannemelijk had gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog was vastgesteld, mede door vergelijking met referentiewoningen en een taxatierapport.
Belanghebbende kon niet aannemelijk maken dat de heffingsambtenaar het gelijkheidsbeginsel had geschonden door rekening te houden met de verbouwing. Ook was zijn stelling dat hij de verbouwingskosten niet kon berekenen ongeloofwaardig. Het hof concludeerde dat de heffingsambtenaar terecht de waarde inclusief verbouwing had vastgesteld en bevestigde het eerdere vonnis.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de WOZ-waarde van €916.080 wordt bevestigd.