ECLI:NL:GHAMS:2010:BN6227
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- E.M. Vrouwenvelder
- J. Th. Sanders
- D.B. Bijl
- Rechtspraak.nl
Beoordeling fiscale eenheid en omzetbelasting bij uittreden directeur-grootaandeelhouder
In deze bestuursrechtelijke zaak staat centraal of A, directeur en enig aandeelhouder van Y B.V., als ondernemer binnen een fiscale eenheid kan worden aangemerkt en welke gevolgen dit heeft voor de naheffingsaanslag omzetbelasting.
De inspecteur had een naheffingsaanslag van €297.337 opgelegd wegens vermeende onterechte aftrek van voorbelasting op de bouw van een woonboerderij, waarvan het privégebruik door A betwist werd. De rechtbank had de naheffingsaanslag vernietigd op grond van het vertrouwensbeginsel en rechtszekerheid.
Het Hof stelt vast dat A materieel geen onderdeel van de fiscale eenheid kon zijn, waardoor de naheffingsaanslag niet aan de fiscale eenheid kan worden toegerekend. Tevens oordeelt het Hof dat het uittreden van A uit de fiscale eenheid geen belastbaar feit oplevert voor de fiscale eenheid zelf, maar dat de uittreder verantwoordelijk is voor de omzetbelasting over zijn deel van het bedrijfsvermogen.
Daarom wordt de naheffingsaanslag verminderd tot €8.500, overeenkomend met de correctie voor privégebruik van de woonboerderij in de periode 7 april 2007 tot 18 oktober 2007. De beschikking heffingsrente wordt vernietigd. De inspecteur wordt veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: De naheffingsaanslag omzetbelasting wordt verminderd tot €8.500 en de beschikking heffingsrente wordt vernietigd.