ECLI:NL:GHAMS:2010:BN6905
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verjaring vernietigingsbevoegdheid effectenlease-overeenkomst door echtgenote
In deze zaak staat centraal de vraag of de echtgenote van een leasecontractant tijdig haar vernietigingsbevoegdheid heeft uitgeoefend met betrekking tot effectenlease-overeenkomsten die haar echtgenoot met Dexia Bank Nederland N.V. is aangegaan. De echtgenote stelt dat zij geen toestemming heeft gegeven voor deze overeenkomsten en heeft deze buitengerechtelijk vernietigd. Dexia betwist dit en voert aan dat zij meer dan drie jaar voor de vernietiging bekend was met de overeenkomsten, waardoor haar bevoegdheid tot vernietiging is verjaard.
Het hof bevestigt dat de verjaringstermijn van drie jaar ingaat op het moment dat de echtgenote daadwerkelijk bekend wordt met het bestaan van de overeenkomst. Dexia heeft onderbouwd dat betalingen op een gezamenlijke en/of-rekening zijn gedaan en dat bankafschriften mede aan de echtgenote zijn gericht, hetgeen het vermoeden van bekendheid meer dan drie jaar voor de vernietiging rechtvaardigt. Dit vermoeden geldt behoudens tegenbewijs.
De echtgenote krijgt daarom de gelegenheid om tegenbewijs te leveren, onder meer door getuigen te laten horen. Het hof acht de eerder overgelegde schriftelijke verklaringen onvoldoende om het vermoeden te weerleggen. Daarnaast wijst het hof de vordering tot vergoeding van kosten van rechtsbijstand af, omdat Dexia niet onrechtmatig heeft gehandeld in het verweer tegen de vordering.
Het hof bepaalt de procedure voor het leveren van tegenbewijs en houdt verdere beslissing aan totdat dit is afgerond.
Uitkomst: Het hof staat de echtgenote toe tegenbewijs te leveren tegen het vermoeden van verjaring en houdt verdere beslissing aan.