ECLI:NL:GHAMS:2010:BN7335
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A.L.G.A. Stille
- M.W.E. Koopmann
- L.J. Saarloos
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens rechtsmiddelenverbod bij klacht gerechtsdeurwaarders
Klagers hebben een klacht ingediend tegen gerechtsdeurwaarders wegens vermeende schending van hun ministerieplicht en onvoldoende communicatie. De voorzitter van de Kamer voor gerechtsdeurwaarders wees de klacht als kennelijk ongegrond af, waarna klagers verzet instelden. De kamer verklaarde het verzet ongegrond en wees het beroep van klagers af op grond van artikel 39 lid 4 van Pro de Gerechtsdeurwaarderswet, dat een rechtsmiddelenverbod tegen deze beslissingen inhoudt.
Klagers voerden aan dat de voorzitter onterecht de klacht als kennelijk ongegrond had afgewezen, omdat de gerechtsdeurwaarders eerst een verweerschrift mochten indienen zonder dat zij daarop konden reageren, wat volgens hen het recht op hoor en wederhoor schond. Het hof oordeelde dat de voorzitter bevoegd was om de gerechtsdeurwaarders te laten reageren alvorens een beslissing te nemen, en dat klagers en beklaagden beide gehoord waren. Er was geen sprake van een schending van fundamentele procesbeginselen die het rechtsmiddelenverbod zou doorbreken.
De klacht betrof de wijze waarop de gerechtsdeurwaarders hun ministerieplicht hadden uitgevoerd. Het hof bevestigde dat de gerechtsdeurwaarders binnen de grenzen van de wet zelfstandig kunnen bepalen hoe en wanneer zij ambtshandelingen uitvoeren, en dat de voorzitter terecht had geoordeeld dat zij niet in strijd met hun ministerieplicht hadden gehandeld.
Het hof verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk en bevestigde daarmee de beslissing van de kamer. De procedure was correct verlopen binnen de wettelijke kaders en de klacht was terecht afgewezen.
Uitkomst: Het hof verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk wegens het rechtsmiddelenverbod in artikel 39 lid 4 Gdw.