ECLI:NL:GHAMS:2010:BN8098
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- H.L.L. Neervoort-Briët
- M.M.A. Gerritzen-Gunst
- J.E. Doek
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging beperking omgangsregeling tussen moeder en minderjarige in het belang van het kind
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de rechtbank Amsterdam waarin haar verzoek tot vervallen verklaring van een schriftelijke aanwijzing van Bureau Jeugdzorg Agglomeratie Amsterdam (BJAA) werd afgewezen. Deze aanwijzing betrof een beperking van de omgangsregeling tussen haar en haar minderjarige kind, dat sinds 2005 onder toezicht van BJAA staat en uit huis geplaatst is.
Het hof heeft beoordeeld of de beperking van het contact noodzakelijk is met het oog op het doel van de uithuisplaatsing. Uit het dossier en de zitting bleek dat het kind na een crisisopvang in een perspectiefbiedend pleeggezin woont, waar intensieve begeleiding plaatsvindt vanwege gedragsproblemen. De moeder heeft ondanks geboden hulpverlening onvoldoende opvoedcapaciteiten getoond, en het kind moet wennen aan zijn nieuwe opvoeders.
Het hof acht het essentieel voor de rust en stabiliteit van het kind dat de huidige omgangsregeling gehandhaafd blijft. De intensieve pleegzorg en het opbouwen van een hechtingsrelatie met de pleegouders zijn cruciaal voor zijn ontwikkeling. De moeder's stelling dat het verband tussen opstandig gedrag en hechtingsproblemen niet is aangetoond, weerhoudt het hof niet van deze conclusie.
Gelet op het belang van het kind en de noodzaak van een veilige basis, heeft het hof de beschikking van BJAA tot beperking van de omgangsregeling bekrachtigd. De moeder's hoger beroep wordt daarmee afgewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking tot beperking van de omgangsregeling tussen moeder en minderjarige.