ECLI:NL:GHAMS:2010:BN8146
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- R.P.P. Hoekstra
- N.F. van Manen
- J.M. Bruins
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van rijden onder invloed van alcohol
De verdachte werd in eerste aanleg door de politierechter vrijgesproken van het ten laste gelegde rijden onder invloed van alcohol met een ademalcoholgehalte boven de wettelijke limiet. Het hoger beroep was onbeperkt ingesteld, maar het hof verklaarde de verdachte niet-ontvankelijk voor zover het hoger beroep gericht was tegen de vrijspraak van een ander ten laste gelegde feit.
Tijdens het onderzoek in hoger beroep verklaarde de verdachte steeds dat zij pas na het stilzetten van haar auto een aanzienlijke hoeveelheid alcohol had genuttigd, waardoor zij niet de alcohollimiet had overschreden tijdens het rijden. Het hof achtte deze verklaring niet onwaarschijnlijk, mede gelet op de verklaringen van getuigen en het proces-verbaal van de verbalisanten, waarin werd beschreven dat de auto werd gezien rijden maar daarna uit het zicht verdween en de verdachte later lopend bij haar geparkeerde auto werd aangetroffen.
Het hof oordeelde dat het bewijs onvoldoende was om wettig en overtuigend vast te stellen dat de verdachte het ten laste gelegde feit had begaan. Daarom vernietigde het hof het vonnis voor zover het de tenlastelegging betrof en sprak de verdachte vrij van het rijden onder invloed van alcohol.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van rijden onder invloed van alcohol.