ECLI:NL:GHAMS:2010:BN9405
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A.L.G.A. Stille
- M.W.E. Koopmann
- L.J. Saarloos
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen beslissing op verzet klacht gerechtsdeurwaarders
Appellanten, bestaande uit een besloten vennootschap en een natuurlijke persoon, hadden een klacht ingediend tegen meerdere gerechtsdeurwaarders. De voorzitter van de kamer voor gerechtsdeurwaarders wees deze klacht als kennelijk ongegrond af. Appellanten stelden verzet in tegen deze beslissing, maar de kamer verklaarde het verzet ongegrond. Vervolgens werd hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof Amsterdam.
Het hof overwoog dat artikel 39 lid 4 van Pro de Gerechtsdeurwaarderswet bepaalt dat tegen de beslissing op het verzet geen rechtsmiddel openstaat. Appellanten voerden aan dat de voorzitter onterecht de klacht als kennelijk ongegrond had afgewezen, terwijl de gerechtsdeurwaarders reeds de mogelijkheid hadden gekregen een verweerschrift in te dienen. Het hof stelde dat de voorzitter bevoegd is om eerst de gerechtsdeurwaarders te laten reageren alvorens een beslissing te nemen, en dat deze procedure niet in strijd is met de wet.
Verder oordeelde het hof dat het recht op hoor en wederhoor niet is geschonden, omdat beide partijen hun standpunten hebben kunnen inbrengen. Er was geen sprake van een schending van fundamentele procesbeginselen die het doorbreken van het rechtsmiddelenverbod zou rechtvaardigen. Daarom verklaarde het hof appellanten niet-ontvankelijk in hun hoger beroep.
Uitkomst: Het hof verklaart appellanten niet-ontvankelijk in hun hoger beroep tegen de beslissing van de kamer voor gerechtsdeurwaarders.