ECLI:NL:GHAMS:2010:BN9415
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A.L.G.A. Stille
- M.W.E. Koopmann
- L.J. Saarloos
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen beslissing op verzet in klachtprocedure gerechtsdeurwaarders
Appellanten, bestaande uit een besloten vennootschap en een natuurlijke persoon, dienden een klacht in tegen meerdere gerechtsdeurwaarders. De voorzitter van de Kamer voor Gerechtsdeurwaarders wees de klacht bij beschikking van 26 mei 2009 als kennelijk ongegrond af. Appellanten stelden hiertegen verzet in, dat door de Kamer op 10 november 2009 ongegrond werd verklaard. Vervolgens werd door appellanten hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof Amsterdam.
Het hof overwoog dat artikel 39 lid 4 van Pro de Gerechtsdeurwaarderswet bepaalt dat tegen de beslissing op het verzet geen rechtsmiddel openstaat. Appellanten betoogden dat dit rechtsmiddelenverbod doorbroken moest worden vanwege een vermeende onjuiste rechtsopvatting en schending van het recht op hoor en wederhoor, met name omdat de voorzitter de gerechtsdeurwaarders de gelegenheid had gegeven een verweerschrift in te dienen zonder dat appellanten daarop mochten reageren.
Het hof oordeelde dat de voorzitter bevoegd was de gerechtsdeurwaarders eerst te laten reageren alvorens een beslissing te nemen en dat deze procedure niet in strijd is met de wet of fundamentele procesbeginselen. Het hof stelde vast dat appellanten en de gerechtsdeurwaarders beiden zijn gehoord en dat het recht op wederhoor niet vereist dat appellanten op het verweerschrift mogen reageren. Gezien het ontbreken van een schending van fundamentele procesbeginselen kon het rechtsmiddelenverbod niet worden doorbroken en verklaarde het hof appellanten niet-ontvankelijk in hun hoger beroep.
Uitkomst: Het hof verklaart appellanten niet-ontvankelijk in hun hoger beroep vanwege het rechtsmiddelenverbod in artikel 39 lid 4 van de Gerechtsdeurwaarderswet.