ECLI:NL:GHAMS:2010:BN9621
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- R.C.P. Haentjens
- R.E. de Winter
- M. Jurgens
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte wegens ontbreken wettig en overtuigend bewijs voor doodslag en mishandeling van twee baby's
In deze strafzaak stond verdachte terecht voor de dood van zijn dochter en zoon, waarbij hem opzettelijk toebrengen van zwaar lichamelijk letsel en doodslag werd verweten. De feiten betroffen onder meer het toebrengen van schedelbreuken, hersenletsel en andere verwondingen aan de kinderen.
De advocaat-generaal en verdediging stelden beiden dat het bewijs tegen verdachte onvoldoende was, met name omdat de verklaringen van de moeder van het slachtoffer onvoldoende werden ondersteund door andere bewijsmiddelen. Het hof volgde dit standpunt en oordeelde dat het wettig en overtuigend bewijs ontbrak voor de tenlasteleggingen betreffende de dochter.
Ten aanzien van de zoon werd eveneens vrijspraak uitgesproken omdat het hof onvoldoende bewijs vond dat verdachte het letsel had toegebracht. Daarnaast verklaarde het hof het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging van enkele subsidiaire feiten wegens verjaring.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en deed zelf recht, waarbij verdachte in alle tenlastegelegde feiten werd vrijgesproken. Het arrest werd uitgesproken door de vierde meervoudige strafkamer van het Gerechtshof Amsterdam op 6 oktober 2010.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens ontbreken van wettig en overtuigend bewijs en het OM is niet-ontvankelijk verklaard wegens verjaring.