ECLI:NL:GHAMS:2010:BN9762
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A. van Haeringen
- R.G. Kemmers
- H.S.G. Verhoeff
- Rechtspraak.nl
Vaststelling gebruiksvergoeding echtelijke woning en dwangsom bij niet-nakoming omgangsregeling
Partijen zijn in 1993 gehuwd en hun huwelijk is in 2010 ontbonden. De vrouw woont nog in de voormalig echtelijke woning, waarvan de man de hypothecaire lasten draagt. De man betaalt rente en premie levensverzekering en andere woonlasten. De rechtbank had bepaald dat de man een uitkering tot levensonderhoud van €730 per maand aan de vrouw zou betalen en een omgangsregeling met de minderjarige was vastgesteld.
In hoger beroep verzoekt de man onder meer een gebruiksvergoeding voor de woning en een dwangsom bij niet-nakoming van de omgangsregeling. Het hof overweegt dat de vrouw een redelijke vergoeding aan de man dient te betalen voor het gebruik van de woning, gebaseerd op de WOZ-waarde minus hypotheek, en stelt deze op €100 per maand vanaf 21 april 2010 tot eigendomsoverdracht of vertrek.
Verder bepaalt het hof dat de man een uitkering tot levensonderhoud van €1.110 per maand aan de vrouw moet betalen, rekening houdend met haar behoefte en zijn draagkracht. Ten slotte legt het hof een dwangsom van €150 per keer op indien de vrouw de omgangsregeling met de minderjarige niet naleeft, omdat zij onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat nakoming niet van haar kan worden gevergd.
Uitkomst: Het hof bepaalt een gebruiksvergoeding van €100 per maand, een levensonderhoudsuitkering van €1.110 per maand en legt een dwangsom van €150 per keer bij niet-nakoming van de omgangsregeling.