ECLI:NL:GHAMS:2010:BO0544
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging berisping gerechtsdeurwaarder wegens onjuiste executie vonnis
In deze zaak is een klacht ingediend tegen een gerechtsdeurwaarder wegens onjuiste executie van een vonnis van de kantonrechter. De gerechtsdeurwaarder had een te hoog bedrag gevorderd, inclusief buitengerechtelijke incassokosten die niet waren toegewezen, en had beslag gelegd zonder rekening te houden met de beslagvrije voet.
De gerechtsdeurwaarder erkende fouten in de administratie en de executie, maar stelde dat de gevolgen inmiddels waren hersteld en dat de gedraging niet ernstig genoeg was voor een berisping. Het hof oordeelde echter dat de gerechtsdeurwaarder verantwoordelijk is voor de onjuiste executie omdat de betekening onder zijn verantwoordelijkheid plaatsvond en dat herstel na klachtenbehandeling dit niet ongedaan maakt.
Het hof bevestigde dat de gerechtsdeurwaarder bevoegd was om de zaak over te nemen en dat het beslag onder de bankrekening niet onder de beslagvrije voet valt. Misbruik van recht werd niet vastgesteld. De klacht werd gegrond verklaard voor het deel betreffende de onjuiste executie en de berisping werd passend en geboden geacht. Het hof bekrachtigde de beslissing van de kamer voor gerechtsdeurwaarders.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de berisping van de gerechtsdeurwaarder wegens onjuiste executie van het vonnis en onvoldoende zorgvuldigheid.