ECLI:NL:GHAMS:2010:BO1064
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A.E.F. Hillen
- M.F.J.N. van Osch
- R. Prakke-Nieuwenhuizen
- Rechtspraak.nl
Beslissing over vervangende toestemming voor vaccinatie van minderjarig kind
In deze civiele zaak staat centraal of de vader vervangende toestemming kan krijgen om het minderjarige kind te laten vaccineren tegen de wil van de moeder. De ouders zijn het niet eens over deelname aan het rijksvaccinatieprogramma, waarbij de moeder vanwege haar antroposofische levenswijze weigert medewerking te verlenen.
Het hof overweegt dat het primair aan de gezaghebbende ouders is om hierover gezamenlijk te beslissen, maar aangezien overeenstemming ontbreekt, moet het hof een beslissing nemen. De moeder heeft verzocht om een deskundigenrapport, maar het hof acht dit niet noodzakelijk omdat voldoende informatie beschikbaar is.
Het hof stelt dat vaccinatie in het belang is van het kind en wijst erop dat het rijksvaccinatieprogramma breed wordt gedragen in medische kringen en de samenleving. De bezwaren van de moeder worden onvoldoende onderbouwd en kunnen het belang van het kind niet overstijgen.
Ook de door de moeder ingeroepen mensenrechtenverdragen bieden geen grond om het verzoek af te wijzen. Het hof bekrachtigt daarom de beschikking van de rechtbank en compenseert de proceskosten, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking van de rechtbank en wijst het verzoek van de moeder af, waardoor de vader vervangende toestemming krijgt voor vaccinatie van het kind.