ECLI:NL:GHAMS:2010:BO1788
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- E.M. Vrouwenvelder
- D.B. Bijl
- B.A. van Brummelen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging van douanerechten navorderingsaanslagen wegens schending verdedigingsrechten
Belanghebbende, een bedrijf dat schoeisel invoerde met preferentiële certificaten van oorsprong uit Cambodja, kreeg zes uitnodigingen tot betaling (UTB's) van douanerechten opgelegd door de inspecteur. Deze UTB's betroffen een totaalbedrag van ruim € 542.000. De certificaten bleken deels vals of onterecht afgegeven, zoals vastgesteld door een onderzoek van OLAF en de bevoegde Cambodjaanse autoriteiten.
In eerste aanleg verklaarde de rechtbank het beroep deels ongegrond en deels gegrond, waarbij één UTB ambtshalve werd verminderd. Belanghebbende stelde in hoger beroep dat het beginsel van eerbiediging van de rechten van de verdediging was geschonden omdat zij niet vooraf de gelegenheid had gekregen zich uit te laten over de feiten waarop de UTB's waren gebaseerd.
Het Hof oordeelde dat dit verdedigingsbeginsel inderdaad was geschonden omdat belanghebbende niet vooraf was gehoord over de elementen waarop de aanslagen waren gebaseerd. Deze procedurele fout was niet te verwaarlozen, mede omdat onduidelijkheid bestond over de authenticiteit van de certificaten tot vlak voor de uitspraak op bezwaar. Het Hof vernietigde daarom de UTB's, verklaarde het beroep gegrond, en veroordeelde de inspecteur tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: Het Hof vernietigt de navorderingsaanslagen wegens schending van het verdedigingsbeginsel en veroordeelt de inspecteur in de proceskosten.