ECLI:NL:GHAMS:2010:BO3348
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- P.M. Brilman
- A.M. van Woensel
- P.J. Baauw
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens niet-naleving inlichtingen- en bewaarplicht na ontbinding vennootschap
In deze strafzaak stond de verdachte terecht voor het niet voldoen aan de inlichtingen- en bewaarplicht ingevolge de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) door de VOF waarvan hij feitelijk leiding zou hebben gegeven. De tenlastelegging betrof perioden van 2001 tot 2005, waarbij de VOF op 1 januari 2003 was ontbonden.
Het hof oordeelde dat de plicht tot het verstrekken van inlichtingen en het beschikbaar stellen daarvan pas ontstaat op het moment van verzoek, en dat een ontbonden rechtspersoon niet kan worden gehouden aan strafbare feiten na haar ontbinding. Daarom werd verdachte vrijgesproken voor de periode na 1 januari 2003.
Voor de bewaarplicht, die onafhankelijk van verzoeken geldt, was onvoldoende bewijs dat deze was geschonden in de periode voor ontbinding. Getuigenverklaringen bevestigden dat de administratie tot aan ontbinding werd bewaard. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en sprak verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken omdat niet is bewezen dat hij na ontbinding van de vennootschap de inlichtingen- en bewaarplicht heeft geschonden.