ECLI:NL:GHAMS:2010:BO4356
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- M.F.J.M. de Werd
- A.E.M. Röttgering
- A.E. Broek-Blaauboer
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep cocaïne-invoer met matiging gevangenisstraf tot 30 maanden
De verdachte werd beschuldigd van het opzettelijk binnenbrengen van een hoeveelheid cocaïne van circa 3,7 kilogram op Schiphol. In eerste aanleg werd hij veroordeeld tot 34 maanden gevangenisstraf. In hoger beroep werd het vonnis vernietigd en het bewijs tegen verdachte grotendeels bevestigd, met uitzondering van een gedeelte van de tenlastelegging.
Het hof oordeelde dat de verklaringen van verdachte afgelegd vóór het eerste verhoor onrechtmatig waren verkregen omdat hij niet was gewezen op zijn recht op raadpleging van een advocaat, waardoor deze verklaringen niet tot bewijs konden worden gebruikt. Latere verklaringen, afgelegd in aanwezigheid van een raadsman, waren wel toelaatbaar.
De verdediging voerde aan dat verdachte onder druk van een criminele organisatie handelde en kwalificeerde hem als 'pakezel', maar het hof kwalificeerde hem als 'standaard' drugskoerier op basis van LOVS-oriëntatiepunten en psychologisch onderzoek. Gezien verminderd toerekeningsvatbaarheid matigde het hof de straf van 34 naar 30 maanden gevangenisstraf.
Daarnaast werden diverse in beslag genomen voorwerpen, waaronder telefoons en reisdocumenten, verbeurd verklaard. De tijd in voorlopige hechtenis werd in mindering gebracht op de straf.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 30 maanden gevangenisstraf voor invoer van circa 3,7 kilogram cocaïne met aftrek van voorarrest.