ECLI:NL:GHAMS:2010:BO5273
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- G.B.C.M. van der Reep
- G.C.C. Lewin
- E.J.H. Schrage
- Rechtspraak.nl
Uitleg polisbegrip onvrijwillige werkloosheid bij verzekering woonlasten
De zaak betreft een geschil over de uitleg van het begrip "onvrijwillige werkloosheid" in een polis voor woonlastenverzekering. Geïntimeerde sloot een polis af die bij onvrijwillige werkloosheid een maandelijkse uitkering garandeert. Na beëindiging van zijn arbeidsovereenkomst met NedCar ontving hij een ontslagvergoeding en een WW-uitkering. De verzekeraar weigerde de uitkering op grond van vermeende vrijwillige werkloosheid.
Het hof oordeelt dat de beëindiging van het dienstverband niet als vrijwillig kan worden beschouwd, mede omdat het initiatief bij de werkgever lag en de ontslagvergoeding niet afdoet aan de onvrijwilligheid. De polis koppelt het begrip onvrijwillige werkloosheid aan de WW, wat in deze zaak is voldaan. Het betoog van de verzekeraar dat de verzekerde vrijwillig zou zijn vertrokken wordt onvoldoende onderbouwd.
De aanvullende werking van redelijkheid en billijkheid leidt niet tot uitsluiting van de uitkering, ook niet ondanks de ontvangen ontslagvergoeding. Alle grieven van de verzekeraar falen, het vonnis van de kantonrechter wordt bekrachtigd en de verzekeraar wordt veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst de vordering tot uitkering wegens onvrijwillige werkloosheid toe.