ECLI:NL:GHAMS:2010:BO6676
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging schriftelijke aanwijzing BJZ en schorsing omgangsregeling in belang kind met trauma
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de kinderrechter die een schriftelijke aanwijzing van Bureau Jeugdzorg Noord-Holland (BJZ) bekrachtigde, waarin de omgang tussen haar en haar kind werd stopgezet. Het kind verblijft in een pleeggezin en is onder toezicht gesteld vanwege gedragsproblemen en een vermoedelijke posttraumatische stress-stoornis. BJZ had de omgangsregeling stopgezet op basis van een FORA-rapport en adviezen van hulpverleners.
Het hof oordeelt dat de schriftelijke aanwijzing van 6 april 2010 niet zorgvuldig is voorbereid en onvoldoende is gemotiveerd. BJZ heeft nagelaten de moeder te informeren over nader contact met FORA en de bevindingen van Parlan zijn niet met haar besproken. Hierdoor voldoet de aanwijzing niet aan de zorgvuldigheids- en motiveringsvereisten van de Algemene wet bestuursrecht.
Hoewel het kind heftige traumatische reacties vertoont na contact met de ouders, acht het hof het niet in het belang van het kind om de omgang kort voor de start van een behandeling bij het Kinder en Jeugd Traumacentrum (KJTC) te hervatten. De omgang wordt daarom geschorst voor de duur van het behandelingstraject, met de mogelijkheid tot herstart als de behandeling dit toelaat.
De moeder wordt niet-ontvankelijk verklaard voor haar verzoek tot omgangsregeling met de vader, omdat de schriftelijke aanwijzing alleen op haar betrekking heeft. Het hof benadrukt het belang van volledige medewerking van de ouders aan de behandeling en verwacht dat BJZ de moeder voortaan beter zal informeren over de ontwikkeling van het kind.
Uitkomst: Schriftelijke aanwijzing BJZ vernietigd en omgangsregeling geschorst gedurende behandeling van het kind.