ECLI:NL:GHAMS:2010:BO7211
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- G.B.C.M. van der Reep
- W.J. Noordhuizen
- G.C.C. Lewin
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over betalingsverplichting en restitutievordering bij projectgrondontwikkeling Marken
Appellanten en geïntimeerde waren gezamenlijk eigenaar van projectgrond en een loods op Marken, met plannen voor bestemmingswijziging en ontwikkeling. Geïntimeerde droeg zijn aandeel in de loods over aan appellanten, die zich verplichtten €75.000 nabetaling te doen, maar hierover ontstond onenigheid over de waarde en voorwaarden.
Appellanten stelden dat de betalingsverplichting aan een opschortende voorwaarde was verbonden, namelijk de overdracht van de projectgrond en de bestemmingswijziging, en dat de vordering niet opeisbaar was. Geïntimeerde meende dat de betalingsverplichting onvoorwaardelijk en opeisbaar was. De rechtbank veroordeelde appellanten tot betaling.
In hoger beroep voerden appellanten aan dat zij geen nabetaling verschuldigd waren en vorderden restitutie van reeds betaalde bedragen. De situatie veranderde doordat geïntimeerde zijn aandeel onder ontbindende voorwaarden aan een vennootschap van appellanten leverde en afstand deed van incasso, vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met een derde hypotheekhouder.
Het hof constateerde onduidelijkheden over de rechtsverhouding en de betekenis van de vaststellingsovereenkomst, en verzocht partijen om nadere toelichting over de opschortende voorwaarden, opeisbaarheid van de vordering en de betrokkenheid van de derde partij. Het hof hield de zaak aan en verwees naar een rolzitting voor verdere procedurele stappen.
Uitkomst: Het hof houdt de zaak aan voor nadere toelichting over de opschortende voorwaarden en de opeisbaarheid van de betalingsverplichting.