ECLI:NL:GHAMS:2010:BO7555
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling relatieve bevoegdheid rechtbank in bijdrage kosten verzorging minderjarige kinderen
Partijen zijn gehuwd in 2001 en hun huwelijk is ontbonden in 2009. Zij hebben drie minderjarige kinderen die bij de vrouw verblijven. Bij de echtscheidingsbeschikking is een bijdrage van de man in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen vastgesteld.
De man verzocht de bijdrage te verminderen, wat door de rechtbank Haarlem werd toegewezen. De vrouw ging in hoger beroep en stelde de relatieve bevoegdheid van de rechtbank ter discussie.
Het hof oordeelt dat op grond van artikel 265 Rv Pro de rechtbank van de woonplaats van de minderjarige kinderen bevoegd is, in dit geval de rechtbank Zutphen. De rechtbank Haarlem had ambtshalve haar bevoegdheid moeten toetsen en de zaak moeten verwijzen. Het hof verklaart daarom zowel de rechtbank Haarlem als zichzelf onbevoegd en verwijst de zaak naar het gerechtshof Arnhem, waarbij de beschikking van de rechtbank wordt vernietigd.
Uitkomst: Het hof verklaart de rechtbank Haarlem en zichzelf onbevoegd en verwijst de zaak naar het gerechtshof Arnhem.