ECLI:NL:GHAMS:2010:BO8230
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- R.H.J. de Vries
- M.J.G.B. Heutink
- J.A.M. de Wit
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep geweldpleging minderjarige tegen motortankschip zonder strafoplegging
De minderjarige verdachte werd aangehouden en kort verhoord zonder advocaat, waarbij geen proces-verbaal werd opgemaakt maar aantekeningen werden gemaakt. Het verhoor werd later voortgezet met proces-verbaal en aanwezigheid van ouders, waarna het hof oordeelde dat aan de verbaliseringsplicht was voldaan en het bewijs kon worden gebruikt.
Het hof overwoog dat de verdachte niet op zijn consultatierecht was gewezen bij het eerste verhoor en geen bijstand had, maar dat hij tussen de verhoren voldoende gelegenheid had om een advocaat te raadplegen en bij het tweede verhoor zijn vader aanwezig was. Daarom werd het bewijs niet uitgesloten.
De verdachte en medeverdachten hadden stenen gegooid richting een motortankschip, waarbij het hof aannam dat de verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaardde dat het schip geraakt zou worden. Dit werd als openlijk in vereniging gepleegd geweld tegen goederen bewezen verklaard.
Hoewel het openbaar ministerie in eerste aanleg niet-ontvankelijk werd verklaard, stelde het hof het hoger beroep in en veroordeelde de verdachte niet tot straf vanwege zijn jeugd en de lange duur van de procedure. De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding werd niet-ontvankelijk verklaard en verwezen naar de burgerlijke rechter.
Uitkomst: Verdachte wordt bewezen verklaard van openlijk in vereniging gepleegd geweld, maar er wordt geen straf opgelegd en de schadevordering wordt afgewezen.