ECLI:NL:GHAMS:2010:BO9486
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A.E.M. Röttgering
- M.F.J.M. de Werd
- C.J.D. Waal
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk in twee zaken, vrijspraak en geen straf in hoofdzaak bedreiging politie
De verdachte was in eerste aanleg in drie zaken gedagvaard en veroordeeld bij verstek. De zaken B en C zijn gevoegd bij zaak A. De dagvaardingen in zaken B en C waren in persoon betekend, maar het hoger beroep in deze zaken is niet binnen de wettelijke termijn van veertien dagen ingesteld, waardoor het hof de verdachte niet-ontvankelijk verklaart in hoger beroep voor deze zaken.
In zaak A is bewezen verklaard dat de verdachte op 13 maart 2008 een surveillant van politie heeft bedreigd met woorden van gelijke strekking als: "Als ik een pistool had, schoot ik je dood". Het hof acht dit strafbaar en strafbaar gesteld, maar verklaart het overige ten laste gelegde niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Hoewel de politierechter een gevangenisstraf van drie maanden oplegde, legt het hof in hoger beroep geen straf op. Het hof weegt mee dat de verdachte zijn excuses heeft aangeboden en sindsdien een positieve levenswending heeft genomen, bevestigd door een brief van het Leger des Heils en het feit dat hij sindsdien niet meer met justitie in aanraking is gekomen. Een detentie zou deze positieve ontwikkeling kunnen verstoren.
Het hof vernietigt het vonnis voor zaak A en doet in zoverre opnieuw recht, verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in hoger beroep voor zaken B en C en bepaalt dat de opgelegde gevangenisstraf in die zaken één week bedraagt.
Uitkomst: Verdachte niet-ontvankelijk in hoger beroep voor twee zaken, in hoofdzaak bewezen bedreiging politie maar geen straf opgelegd.