ECLI:NL:GHAMS:2010:BO9652
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- P.A.M. Hoek
- D.J.M.W. Paridaens-van der Stoel
- M.J. Diemer
- Rechtspraak.nl
Veroordeling rechtspersoon voor overtredingen Wet milieubeheer inzake gevaarlijke afvalstoffen
De verdachte, een rechtspersoon gevestigd te Amsterdam, werd beschuldigd van het onrechtmatig afgeven van gevaarlijke afvalstoffen met een vlampunt lager dan 55 graden Celsius aan AVR-Industrial Waste B.V. (Locatie OVA), een bedrijf zonder de juiste vergunning, en het in strijd met haar eigen vergunning partieel bewerken en afvoeren van oliehoudende afvalstoffen naar een bedrijf dat niet bevoegd was deze te verwerken.
Het hof oordeelde dat de gedragingen aan de verdachte konden worden toegerekend, ondanks verweren dat de handelingen buiten de kennis van de directie waren verricht. De verdachte had de afvalstoffen moeten afgeven aan een vergunninghouder die deze kon verwerken volgens de geldende voorschriften. Het hof verwierp het verweer dat het gravitatiescheidingproces niet als bewerking moest worden gezien en dat de verdachte door omstandigheden geen andere keuze had dan afgifte aan OVA.
De verdediging voerde tevens verweren aan tegen de ontvankelijkheid van het openbaar ministerie en tegen vermeende vormverzuimen, welke werden verworpen. Het hof stelde vast dat de verdachte opzettelijk in strijd met de vergunningvoorschriften had gehandeld en strafbaar was. De rechtbank had een geldboete van €450.000 opgelegd, maar het hof matigde deze tot €100.000, mede vanwege het ontbreken van eerdere veroordelingen en het ontbreken van bewijs van opzettelijk verhullend handelen.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en deed opnieuw recht, waarbij het de verdachte veroordeelde tot een geldboete van €100.000 wegens overtreding van de artikelen 10.37 en 18.18 van de Wet milieubeheer.
Uitkomst: De verdachte wordt veroordeeld tot een geldboete van €100.000 wegens overtreding van de Wet milieubeheer.