ECLI:NL:GHAMS:2010:BP0281
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- R.P.P. Hoekstra
- N.F. van Manen
- J.J. Wiarda
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor schuldheling bij uitkeringsfraude en gezamenlijke huishouding
De verdachte werd in hoger beroep veroordeeld voor schuldheling omdat hij in de periode van 1 juli 2000 tot 25 september 2006 meermalen huurbetalingen van zijn medeverdachte ontving, terwijl hij redelijkerwijs had moeten vermoeden dat deze gelden afkomstig waren uit een misdrijf, namelijk onterecht ontvangen bijstandsuitkering.
Het hof stelde vast dat verdachte en medeverdachte een gezamenlijke huishouding voerden en samen zorg droegen voor de zoon van medeverdachte. De verdachte was op de hoogte van de uitkering die medeverdachte ontving en had zelfs een hoofdbewonerverklaring ingevuld. Ondanks zijn kennis van de situatie accepteerde hij de huurbetalingen.
De rechtbank had verdachte eerder veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van vier maanden en een werkstraf, maar het hof legde een mildere straf op van twee weken voorwaardelijke gevangenisstraf met een proeftijd van twee jaar, mede vanwege het ontbreken van eigen gewin en het terugbetalen van een deel van het benadelingsbedrag.
Het hof sprak verdachte vrij van het primair ten laste gelegde feit van valsheid in geschrifte en verzwijging van gegevens, omdat niet wettig en overtuigend kon worden bewezen dat verdachte bewust had samengewerkt met medeverdachte bij het verzwijgen van gegevens.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee weken wegens schuldheling.