ECLI:NL:GHAMS:2010:BP0647
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- M. Wigleven
- H.S.G. Verhoeff
- J.W. van Zaane
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt uithuisplaatsing minderjarige en herroept uithuisplaatsing oudere kinderen
In deze zaak stond de uithuisplaatsing van drie kinderen centraal. De moeder was in hoger beroep gekomen tegen twee beschikkingen van de kinderrechter die de uithuisplaatsing van haar kinderen hadden bevolen. Het hof oordeelde dat het hoger beroep tegen de eerste beschikking, die een spoeduithuisplaatsing betrof, niet ontvankelijk was wegens het ontbreken van een belang.
Ten aanzien van de verlenging van de uithuisplaatsing van de twee oudere kinderen ([kind A] en [kind B]) stelde het hof vast dat de omstandigheden sinds de eerdere beschikking waren verbeterd. De moeder had haar leven gestabiliseerd, hulpverlening gecontinueerd en de woning aangepast. Hierdoor waren de gronden voor uithuisplaatsing van deze kinderen niet langer aanwezig, zodat het hof de verlenging vernietigde en afwees.
Voor de jongste minderjarige bleef de uithuisplaatsing gehandhaafd. De minderjarige was met spoed opgenomen in het ziekenhuis vanwege uitdrogingsverschijnselen en ondergewicht. De moeder had het consultatiebureauadvies genegeerd en onvoldoende initiatieven getoond voor zorg. Het hof vond de veiligheid en ontwikkeling van het kwetsbare kind in de thuissituatie onvoldoende gewaarborgd en achtte de uithuisplaatsing daarom noodzakelijk.
Het hof gaf de moeder in overweging om deel te nemen aan een observatieonderzoek bij de Bascule, dat in december 2010 gepland stond, om de terugplaatsing van de jongste te begeleiden. De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het overige hoger beroep afgewezen.
Uitkomst: De uithuisplaatsing van de jongste minderjarige blijft gehandhaafd, de verlenging van de uithuisplaatsing van de twee oudere kinderen wordt vernietigd en afgewezen.