ECLI:NL:GHAMS:2010:BP5337
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen naheffingsaanslag omzetbelasting na restauratie onroerende zaak
Het geschil betreft een naheffingsaanslag omzetbelasting over 2004 na een ingrijpende restauratie en verbouwing van een onroerende zaak die bestond uit winkel- en woonruimten. De inspecteur stelde dat door de verbouwing sprake was van nieuwbouw, waardoor omzetbelasting verschuldigd zou zijn. Belanghebbende voerde aan dat het pand slechts was gerestaureerd en niet nieuw vervaardigd.
De rechtbank oordeelde dat de verbouwing niet leidde tot een nieuw vervaardigde onroerende zaak, omdat het oorspronkelijke pand bleef bestaan en de wijzigingen niet van dien aard waren dat sprake was van nieuwbouw. Het hof onderschrijft dit oordeel en benadrukt dat de aanpassingen, zoals het vervangen van schilddaken door een zadeldak en het splitsen in appartementsrechten, niet wezenlijk afwijken van het oorspronkelijke gebouw en geen nieuwe zaak hebben gecreëerd.
Ook de functie van het pand veranderde niet wezenlijk, aangezien het pand historisch al voor diverse doeleinden werd gebruikt. De naheffingsaanslag, boete en heffingsrente worden vernietigd. De inspecteur wordt veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende en moet griffierecht betalen. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat de verbouwing geen nieuw vervaardigde onroerende zaak opleverde en vernietigt de naheffingsaanslag omzetbelasting.