ECLI:NL:GHAMS:2010:BP9697
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- M.A. Goslings
- G.J. Visser
- A. Rutten-Roos
- Rechtspraak.nl
Ontruiming voormalige echtelijke woning en executiegeschil na echtscheiding
In deze zaak vordert appellant in hoger beroep schorsing van de executie van het arrest van het hof van 22 juni 2010, waarin zij werd veroordeeld tot ontruiming van de voormalige echtelijke woning. De voorzieningenrechter had dit verzoek afgewezen, en het hof toetste deze beslissing.
Het hof oordeelde dat de grieven van appellant niet slaagden. De voorzieningenrechter had terecht geoordeeld dat het vonnis tot ontruiming niet onhoudbaar was en dat de verplichting tot ontruiming niet viel onder artikel 6:52 BW Pro. Tevens achtte het hof de gewijzigde omstandigheden, waaronder een hogere alimentatiebeschikking en het vonnis tot lijfsdwang tegen geïntimeerde wegens niet-nakoming van alimentatie, niet relevant om de executie te schorsen.
De belangenafweging tussen appellant, die stelt onvoldoende middelen te hebben voor alternatieve huisvesting, en geïntimeerde, die recht heeft op de woning, bleef ongewijzigd. Het hof bekrachtigde het vonnis en bepaalde dat iedere partij haar eigen proceskosten draagt. Het arrest werd op 30 november 2010 uitgesproken door het gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis tot ontruiming en wijst het beroep tegen de executie af.