ECLI:NL:GHAMS:2010:BX5742
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- R.C.P. Haentjens
- M. Jurgens
- T. Blom
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte wegens onvoldoende bewijs poging tot doodslag
Het gerechtshof Amsterdam heeft op 5 juli 2010 uitspraak gedaan in hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam. Verdachte werd beschuldigd van poging tot doodslag op 27 december 2003, maar het hof oordeelde dat de feitelijke toedracht onvoldoende duidelijk was op basis van het dossier en de zitting. De belastende verklaringen van de aangever en zijn vrienden werden als onvoldoende betrouwbaar beoordeeld.
De zaak kende een lange procesgang met eerdere vonnissen, vernietiging door de Hoge Raad en terugwijzing voor hernieuwde berechting. In hoger beroep werd de zaak gesplitst, waarbij een deel van de tenlastelegging reeds was afgehandeld. Het hof vernietigde het eerdere vonnis en sprak verdachte vrij wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs.
Daarnaast wees het hof de vordering van het openbaar ministerie tot tenuitvoerlegging van een eerder voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van zes maanden af. Hiermee komt een einde aan de procedure met een vrijspraak en afwijzing van de tenuitvoerleggingsvordering.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voor poging tot doodslag.