ECLI:NL:GHAMS:2010:BX5856
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- M.J.G.B. Heutink
- J.A.M. de Wit
- R.H.J. de Vries
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak medeplegen moord wegens onvoldoende bewijs betrokkenheid verdachte
De verdachte werd ten laste gelegd dat zij samen met een medeverdachte het slachtoffer opzettelijk van het leven zou hebben beroofd door middel van messteken en geweld. De rechtbank had haar eerder veroordeeld, maar het hof vernietigde dit vonnis en sprak haar vrij.
Het hof oordeelde dat hoewel de verdachte betrokkenheid kon worden afgeleid uit haar vingerafdruk op een bebloed mes en bloedsporen in de auto, niet wettig en overtuigend was vastgesteld dat zij aanwezig was bij het gevecht of dat zij medepleger was. Tegenstrijdigheden in haar verklaringen en het ontbreken van een sluitende verklaring voor het bloed op het mes en de bloedsporen onder het pedaal leidden tot redelijke twijfel.
De advocaat-generaal had gepleit voor een gevangenisstraf van acht jaar wegens medeplegen, maar het hof vond de bewijsvoering onvoldoende. Ook de vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding werd afgewezen omdat de verdachte werd vrijgesproken.
Het arrest is gewezen door de zevende meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 24 juni 2010 na meerdere zittingen in eerste aanleg en hoger beroep.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voor medeplegen moord.