ECLI:NL:GHAMS:2011:BP4836
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging BKR-registratie bij betalingsachterstand ondanks betwisting beëindiging effectenlease-overeenkomst
Appellant had een effectenlease-overeenkomst met Dexia met een looptijd van 120 maanden. Na betalingsachterstanden in maart en april 2006 en ondanks meerdere aanmaningen, betaalde appellant niet binnen de gestelde termijn. Appellant gaf telefonisch aan de overeenkomst te willen beëindigen, maar had dit niet schriftelijk bevestigd volgens de door Dexia voorgeschreven procedure.
Dexia beëindigde de overeenkomst conform de contractvoorwaarden vanwege de betalingsachterstand en registreerde deze achterstand bij het Bureau Krediet Registratie (BKR). Appellant stelde dat de registratie onterecht was omdat hij de overeenkomst had opgezegd en dat Dexia een eigen afweging had moeten maken over het al dan niet melden van de betalingsachterstand.
Het hof oordeelde dat de overeenkomst niet definitief was beëindigd omdat appellant de opzegging niet schriftelijk had bevestigd. Dexia was verplicht de betalingsachterstand te melden bij het BKR zodra de termijn van twee maanden na vervaldatum was verstreken zonder betaling. Dexia had geen ruimte om op grond van eigen afweging de melding achterwege te laten. Het hof bekrachtigde het vonnis van de voorzieningenrechter en verwees appellant in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat Dexia terecht de betalingsachterstand bij het BKR heeft gemeld en wijst de vordering van appellant af.