ECLI:NL:GHAMS:2011:BP5115
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J. den Boer
- E.F. Faase
- H. van der Kolk
- Rechtspraak.nl
Bestuurder aansprakelijk voor onbetaalde omzetbelasting BV, niet voor heffingsrente
Belanghebbende was bestuurder en enig aandeelhouder van [Y] B.V., een onderneming in mobiele telefoons, die in 2005 werd ontbonden. De Belastingdienst stelde hem aansprakelijk voor onbetaalde omzetbelasting en heffingsrente over de periode juli 2001 tot en met september 2002. De rechtbank had de aansprakelijkstelling verminderd, maar belanghebbende ging in hoger beroep.
Het geschil betrof de tijdigheid van de naheffingsaanslag en de vraag of belanghebbende terecht aansprakelijk was gesteld. Het hof oordeelde dat de naheffingsaanslag tijdig was opgelegd en bekendgemaakt, ook al was de BV ontbonden. De bewijslast dat het nultarief terecht was toegepast lag bij de BV en daarmee bij de bestuurder. Omdat de BV niet voldeed aan de administratieve vereisten en geen bewijs leverde dat de goederen daadwerkelijk naar Luxemburg werden vervoerd, was sprake van grove schuld.
Belanghebbende kon zich niet disculperen met het feit dat een adviseur de aangiften had ingediend, aangezien hij als bestuurder verantwoordelijk was voor de administratie. De rechtbank en het hof oordeelden dat belanghebbende aansprakelijk was voor de onbetaalde omzetbelasting. Voor de heffingsrente werd hij echter niet aansprakelijk gehouden, omdat de Belastingdienst niet aannemelijk had gemaakt dat het belopen van de rente aan zijn onbehoorlijk bestuur te wijten was.
Uitkomst: Belanghebbende is aansprakelijk voor onbetaalde omzetbelasting van €227.821, maar niet voor de heffingsrente.