ECLI:NL:GHAMS:2011:BP5403
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- R.H. de Bock
- G.C.C. Lewin
- H.J.M. Boukema
- Rechtspraak.nl
Geen onrechtmatigheid bij uitzending onjuiste berichtgeving over chauffeurs bij transportbedrijf
Appellanten, exploitanten van een transportbedrijf, stelden dat Wereldomroep onrechtmatig handelde door in het radioprogramma 'Onderweg' een onjuist bericht voor te lezen dat zes chauffeurs door inkrimping op straat waren gekomen en door een concurrent waren overgenomen.
De uitzending was gebaseerd op een sms-bericht van een luisteraar, waarbij duidelijk was dat Wereldomroep slechts doorgeefluik was en niet zelf had onderzocht of de mededeling waar was. Het hof oordeelde dat Wereldomroep te goeder trouw handelde en redelijkerwijs niet hoefde te vermoeden dat het bericht onwaar was of schade zou veroorzaken.
De programmamakers namen later in de uitzending van 9 juli 2008 afstand van het bericht en gaven uitleg, wat eventuele nadelige gevolgen voor appellanten kon verminderen. De vorderingen tot schadevergoeding werden afgewezen en het vonnis van de rechtbank werd bekrachtigd.
Appellanten werden veroordeeld in de kosten van het hoger beroep. Het hof zag geen aanleiding om de uitingsvrijheid van Wereldomroep te beperken, aangezien geen onrechtmatigheid was vastgesteld.
Uitkomst: De vorderingen van appellanten tot schadevergoeding wegens onrechtmatige uitzending worden afgewezen en het vonnis van de rechtbank wordt bekrachtigd.