ECLI:NL:GHAMS:2011:BP6453
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A. Bockwinkel
- S. Clement
- M.P. van Achterberg
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vonnis en toewijzing curatorvordering wegens paulianeuze rechtshandeling in faillissement Stuiver B.V.
Stuiver B.V. werd op 3 januari 2007 failliet verklaard, waarbij de curator de verkoop van asbestgerelateerde activiteiten aan Infinity Groep aanvocht. De curator stelde dat nadere afspraken over goodwillbetaling, gemaakt zes dagen voor het faillissement, een onverplichte rechtshandeling om niet vormden die de schuldeisers benadeelden en vernietigd moesten worden op grond van artikel 42 Faillissementswet Pro.
De rechtbank verwierp dit standpunt, oordelend dat de afspraken een rechtshandeling anders dan om niet waren en dat onvoldoende bewijs was geleverd dat Infinity Groep op de hoogte was van het faillissementsverzoek. Het hof oordeelde echter dat er geen sprake was van een rechtshandeling anders dan om niet, maar juist van een onverplichte rechtshandeling om niet, waarbij de curator bevoegd was deze te vernietigen.
Het hof stelde vast dat Infinity Groep een voordeel had genoten van € 25.842,34, waarvoor zij aan de curator moest betalen, vermeerderd met wettelijke rente. Het hof vernietigde de vonnissen van de rechtbank en veroordeelde Infinity Groep in de proceskosten van beide instanties.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en veroordeelt Infinity Groep tot betaling van € 25.842,34 plus wettelijke rente aan de curator.