ECLI:NL:GHAMS:2011:BP6974
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- O.B. Onnes
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over navorderingsaanslagen en boetebeschikkingen in het kader van het Rekeningenproject
Deze bestuursrechtelijke zaak betreft het beroep van belanghebbende tegen navorderingsaanslagen inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (IB/PV) over 1998-2000, vermogensbelasting (VB) over 1999-2000, boetebeschikkingen en heffingsrente opgelegd in het kader van het Rekeningenproject. Dit project richt zich op het achterhalen van buitenlandse bankrekeningen bij KB-Luxbank.
Het Hof acht de identificatie van belanghebbende als rekeninghouder bij KB-Luxbank juist en verwerpt haar ontkenning. De inspecteur heeft de navorderingsaanslagen gebaseerd op een redelijke schatting van de tegoeden en inkomsten, waarbij het saldo op 31 januari 1994 als uitgangspunt is genomen en is opgerent tegen marktconforme rentepercentages. Het Hof bevestigt dat deze schatting niet onredelijk of willekeurig is, maar vermindert de aanslag IB/PV 1998 vanwege dubbele toerekening.
Verzoeken van belanghebbende tot het horen van getuigen die de rechtmatigheid van de verkrijging van microfiches en de authenticiteit van gegevens zouden moeten betwisten, worden afgewezen wegens onvoldoende concrete feiten. Ook verzoeken tot heropening van het onderzoek worden afgewezen. Het Hof bevestigt de toepassing van de omkering van de bewijslast en wijst het beroep op het EVRM en VN-rechten af.
De boete van 100% wordt gematigd tot 80% vanwege overschrijding van de redelijke termijn. Het Hof oordeelt dat de gedragslijn van de Belastingdienst omtrent boetes niet in strijd is met het gelijkheidsbeginsel. De proceskosten worden deels toegewezen met een forfaitaire vergoeding per gegrond beroep. Tegen deze uitspraak kan cassatie worden ingesteld.
Uitkomst: Het beroep wordt deels gegrond verklaard, de navorderingsaanslag IB/PV 1998 en boete worden verminderd, overige beroepen worden afgewezen.