ECLI:NL:GHAMS:2011:BP9696

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
18 januari 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
200.072.323-01
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep ingetrokken met kostenveroordeling voor wederpartij

In deze civiele zaak heeft appellant, zelfstandig en later via advocaat, hoger beroep ingesteld tegen een beschikking van de kantonrechter. Het beroepschrift werd aanvankelijk niet in behandeling genomen wegens verplichte procesvertegenwoordiging, waarna appellant alsnog via advocaat het beroep indiende.

Kort voor de mondelinge behandeling trok appellant het hoger beroep in. Hierdoor kon het hof de inhoudelijke gronden niet meer beoordelen en verklaarde het appellant niet-ontvankelijk. Verweerder, Cordares Holding N.V., had echter wel kosten gemaakt voor het opstellen van een verweerschrift en de voorbereiding van de zitting.

Het hof oordeelde dat een kostenveroordeling op haar plaats was en veroordeelde appellant tot vergoeding van de proceskosten van €1500. De mondelinge behandeling vond hierdoor niet plaats. De beschikking werd uitgesproken door drie raadsheren van het Gerechtshof Amsterdam op 18 januari 2011.

Uitkomst: Appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard en veroordeeld tot betaling van €1500 aan proceskosten.

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM
DERDE MEERVOUDIGE BURGERLIJKE KAMER
BESCHIKKING
in de zaak van:
[APPELLANT],
wonende te [woonplaats],
APPELLANTE,
advocaat: mr. G.L.D. Thomas, te Amsterdam,
t e g e n
de naamloze vennootschap CORDARES HOLDING N.V.,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERDER,
advocaat: mr. R.A.J. Nieuwmans, te Amsterdam.
1. Procedure in hoger beroep
Partijen worden hierna [appellant] en Cordares genoemd.
[appellant] is zelfstandig bij beroepschrift, dat op 26 juli 2010 ter griffie van het hof is ingekomen, in hoger beroep gekomen van een beschikking die de kantonrechter te Amsterdam onder kenmerk EA 10-319 op 26 april 2010 heeft gegeven. Gelet op de verplichte procesvertegenwoordiging is het beroepschrift niet in behandeling genomen en door de griffie van het hof op 28 juli 2010 retour gestuurd. Naar aanleiding van de brief d.d. 20 augustus 2010 van mr. G.L.D. Thomas heeft het hof [appellant] gelegenheid gegeven het beroepschrift, uiterlijk op 30 augustus 2010, alsnog door een advocaat te laten indienen.
Mr. Thomas heeft namens [appellant] op 30 augustus 2010 het beroepschrift ingediend.
Op 16 november 2010 is ter griffie van het hof het verweerschrift in hoger beroep met producties van Cordares ingekomen.
Bij faxbericht van 1 december 2010 heeft [appellant] meegedeeld dat het beroep wordt ingetrokken.
De mondelinge behandeling, bepaald op 2 december 2010, heeft niet plaatsgevonden.
Bij faxbericht van 2 december 2010 heeft Cordares het hof verzocht een beschikking te geven over de proceskosten.
2. Beoordeling
2.1 De intrekking van het beroepschrift heeft tot gevolg dat, nu de aangevoerde gronden van het beroep niet meer kunnen worden onderzocht, [appellant] in haar hoger beroep niet kan worden ontvangen.
2.2 Dat [appellant] het beroepschrift heeft ingetrokken, laat onverlet dat het hof nog een beslissing moet nemen over de door Cordares verzochte kostenveroordeling. Het hoger beroep is, zo moet worden geconcludeerd, daags voor de mondelinge behandeling ingetrokken. Nu door Cordares ook daadwerkelijk kosten - in de vorm van het opstellen van een verweerschrift en de voorbereiding van de mondelinge behandeling - zijn gemaakt, is een kostenveroordeling op haar plaats. Het hof zal [appellant] dan ook, zoals door Cordares is verzocht, veroordelen in de kosten van de procedure in hoger beroep.
3. Beslissing
Het hof:
verklaart [appellant] niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
veroordeelt [appellant] in de kosten van het hoger beroep, aan de zijde van Cordares gevallen en tot op heden begroot op € 640,- aan verschotten en € 894,- aan salaris.
Deze beschikking is gegeven door mrs. E.M. Polak, A.M.L. Broekhuijsen-Molenaar en H.J.M. Boukema en in het openbaar door de rolraadsheer uitgesproken op 18 januari 2011.