ECLI:NL:GHAMS:2011:BP9899
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- P.C. Kortenhorst
- M.M.H.P. Houben
- J.G. Bulsing
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte mishandeling na ruzie in woning
De zaak betreft een hoger beroep tegen een vonnis van de politierechter waarin verdachte werd vrijgesproken van mishandeling. Volgens de aangeefster ontstond na een diner een ruzie in de woning van verdachte. Verdachte trok zich terug en wilde met rust gelaten worden, maar aangeefster zocht contact en hield hem bij de arm vast. Verdachte zou haar toen hebben geslagen en haar keel hebben vastgegrepen, waarna hij haar hoofd tegen de bedrand sloeg.
Het hof heeft het letsel dat bij aangeefster werd geconstateerd beoordeeld, maar vond dit letsel niet karakteristiek genoeg om de ene of andere lezing te ondersteunen. Ook uit een e-mail van verdachte bleek geen opzet om aangeefster pijn te doen. Verdachte verklaarde dat hij na het diner met rust gelaten wilde worden en dat hij haar mogelijk pijnlijk heeft weggeduwd toen zij hem lastig viel.
Het hof concludeerde dat de aanwijzingen onvoldoende zijn voor wettig en overtuigend bewijs van mishandeling met opzet, ook niet voorwaardelijk. De vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard omdat verdachte werd vrijgesproken. Het hof vernietigde het vonnis waarvan beroep en sprak verdachte vrij.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van mishandeling.