ECLI:NL:GHAMS:2011:BQ1657
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep mensenhandel en seksuele uitbuiting met complexe bewijsvoering en strafoplegging
In deze zaak heeft het Gerechtshof Amsterdam het vonnis van de rechtbank gedeeltelijk vernietigd en zelf afgedaan. De verdachte werd beschuldigd van mensenhandel en seksuele uitbuiting van meerdere vrouwen, waaronder minderjarigen, waarbij hij dwangmiddelen zoals geweld, bedreiging en misbruik van overwicht zou hebben toegepast.
Het hof heeft uitgebreid de complexiteit van de relaties tussen verdachte en de slachtoffers besproken, waarbij sprake was van ambivalente affectieve banden en machtsongelijkheid. De bewijsvoering bestond uit verklaringen van slachtoffers en getuigen, politieonderzoeken en ondersteunend bewijs. Het hof paste de bewijsminimumregel strikt toe en beoordeelde de betrouwbaarheid van verklaringen kritisch.
Het hof sprak verdachte vrij van de tenlasteleggingen met betrekking tot enkele slachtoffers wegens onvoldoende bewijs, maar achtte bewezen dat verdachte zich schuldig maakte aan mensenhandel en seksuele uitbuiting van andere slachtoffers, waaronder minderjarigen, en witwassen. De straf werd vastgesteld op vier jaar gevangenisstraf, rekening houdend met de ernst van de feiten, de lange duur van het delict en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.
De vorderingen van benadeelden werden deels afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid of vanwege de complexiteit en onevenredige belasting van het strafgeding. Het hof vernietigde het eerdere vonnis en deed zelf recht, waarbij het de strafoplegging en bewijswaardering herzag.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot vier jaar gevangenisstraf voor mensenhandel, seksuele uitbuiting, witwassen en mishandeling, met vrijspraak voor enkele feiten wegens onvoldoende bewijs.