ECLI:NL:GHAMS:2011:BQ2010
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- M.M.A. Gerritzen-Gunst
- H.L.L. Neervoort-Briët
- A.R. van Wieren
- Rechtspraak.nl
Wijziging partneralimentatie na beëindiging geregistreerd partnerschap wegens gewijzigde financiële omstandigheden
Partijen waren gehuwd onder huwelijkse voorwaarden en hebben hun huwelijk omgezet in een geregistreerd partnerschap dat met wederzijds goedvinden is beëindigd. In het convenant van 28 augustus 2007 is overeengekomen dat de man maandelijks €5.000 aan partneralimentatie aan de vrouw zou betalen, met wettelijke indexering en een wijzigingsbeding bij gewijzigde omstandigheden.
De man verzocht om verlaging van de alimentatie vanwege een verslechterde financiële situatie van zijn onderneming en persoonlijke inkomsten. Het hof constateerde dat de onderneming sinds het convenant fors negatieve resultaten draaide, mede door de economische crisis, en dat de man zijn salaris had gehalveerd en het personeelsbestand had gereduceerd.
De vrouw betwistte dat zij samenwoonde als ware zij gehuwd, hetgeen de man aanvoerde om zijn onderhoudsverplichting te beëindigen. Het hof oordeelde dat het convenant expliciet uitsloot dat samenwoning van de vrouw met een partner tot beëindiging van de alimentatieplicht zou leiden, en wees het incidenteel beroep af.
Het hof bevestigde dat de gewijzigde omstandigheden zodanig waren dat het onredelijk was de man aan het oorspronkelijke bedrag te houden en stelde de alimentatie vast op €664 per maand met ingang van 1 juli 2009. De vrouw kon geen hogere uitkering vorderen gezien de draagkracht van de man en de omstandigheden van het convenant.
Uitkomst: De partneralimentatie is verlaagd naar €664 per maand vanaf 1 juli 2009; het incidenteel beroep wordt afgewezen.