ECLI:NL:GHAMS:2011:BQ2020
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A.N. van de Beek
- G.J. Driessen-Poortvliet
- F.A.A. Duynstee
- Rechtspraak.nl
Verrekening en afwikkeling huwelijkse voorwaarden inzake investering appartementencomplex in Thailand
In deze zaak staat de verrekening van een vordering van de man op de vrouw centraal, voortvloeiend uit huwelijkse voorwaarden en een gezamenlijke investering in een appartementencomplex in Thailand. De man heeft aanzienlijke bedragen geïnvesteerd in de bouw en aflossing van de hypotheek, terwijl de vrouw de grond inbracht. Na het huwelijk zijn huwelijkse voorwaarden opgesteld waarin de vordering van de man op de vrouw is vastgelegd.
De vrouw heeft geprobeerd tegenbewijs te leveren tegen de omvang en het bestaan van deze vordering, onder meer door de man als getuige te horen. Het hof oordeelt echter dat de vrouw hierin niet is geslaagd. De verklaringen bevestigen dat partijen afspraken hebben gemaakt over de vordering en dat de man geld heeft geïnvesteerd in het project. De vrouw kon niet aantonen dat zij niet eigenaar was van het perceel ten tijde van het opmaken van de huwelijkse voorwaarden.
De vrouw verzocht tevens om betaling van de vordering in termijnen zonder rente of met een aangepaste rente, gebaseerd op haar financiële omstandigheden en het ontbreken van zeggenschap bij het ontstaan van de vordering. Dit verzoek wordt afgewezen omdat het geen verrekeningsvordering betreft zoals bedoeld in art. 1:140 BW Pro. Het hof bepaalt dat de man zijn vordering mag verrekenen met hetgeen hij aan de vrouw verschuldigd is.
Verder regelt het hof de verdeling van overige vermogensbestanddelen en lasten, waarbij ieder zijn eigen kosten draagt en de beschikking uitvoerbaar bij voorraad wordt verklaard.
Uitkomst: Het hof bevestigt de vordering van de man op de vrouw en staat verrekening toe, terwijl het verzoek tot betaling in termijnen op grond van art. 1:140 BW wordt afgewezen.