ECLI:NL:GHAMS:2011:BQ4024
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- R.H. de Bock
- W.J. Noordhuizen
- M.E. van Rossum
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek voorlopig getuigenverhoor in geschil over duur opstalrecht en rendementsclausule
In deze civiele procedure tussen [verzoekster] en Lisser staat de vraag centraal of het opstalrecht, gevestigd op een perceel verhuurd aan Shell, per 1 maart 2003 is geëindigd vanwege een rendementsclausule in de vestigingsakte. Lisser stelt dat het opstalrecht is geëindigd omdat het nieuwe huurcontract met Shell een lager rendement oplevert dan 30% van de actuele grondwaarde. [verzoekster] betwist dit en voert aan dat partijen een andere bedoeling hadden, namelijk dat het opstalrecht zou voortduren zolang een normaal rendement werd behaald.
De rechtbank heeft eerder geoordeeld dat het opstalrecht is geëindigd, maar ook dat bewijslevering over de werkelijke partijbedoeling niet uitgesloten is. Het hof heeft in eerdere arresten het opstalrecht per 1 maart 2003 beëindigd geacht en bewijslevering afgewezen, maar de Hoge Raad vernietigde deze arresten en verwees de zaak terug naar het hof voor nader onderzoek naar de partijbedoeling volgens de Haviltex-maatstaf.
[verzoekster] verzoekt daarom een voorlopig getuigenverhoor om haar stelling te bewijzen dat partijen een afwijkende afspraak hadden over de duur van het opstalrecht. Het hof oordeelt dat het verzoek voldoet aan de eisen, dat er geen sprake is van misbruik van procesrecht of strijd met de goede procesorde, en wijst het verzoek toe. Het getuigenverhoor zal worden gehouden onder leiding van raadsheer-commissaris mr. R.H. de Bock.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot voorlopig getuigenverhoor toe om bewijs te leveren over de werkelijke partijbedoeling omtrent de duur van het opstalrecht.