ECLI:NL:GHAMS:2011:BQ4450
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Ch.E. Bethlem
- L.M. Croes
- J.J. Makkink
- Rechtspraak.nl
Beoordeling schadevergoeding wegens onrechtmatige beslaglegging in hypotheekfraudezaak
In deze civiele procedure vordert appellant schadevergoeding wegens onrechtmatige beslaglegging door diverse financiële instellingen in het kader van een hypotheekfraudeonderzoek. Het beslag werd in 1997 gelegd en in 1998 opgeheven. In een eerder arrest werd het beslag onrechtmatig verklaard en werd de schadevergoeding aan de orde gesteld.
Appellant stelt dat het beslag hem persoonlijk en zakelijk heeft getroffen, onder meer door het neerleggen van functies als arbiter en rechtbankdeskundige en het niet kunnen voortzetten van diverse projecten. Het hof beoordeelt of de door appellant gestelde schade het gevolg is van het onrechtmatig gelegde beslag, waarbij de strafrechtelijke vervolging en publiciteit buiten beschouwing blijven.
Het hof concludeert dat appellant onvoldoende feiten en omstandigheden heeft gesteld die een causaal verband tussen het beslag en de schade aannemelijk maken. De stellingen over het niet doorgaan van projecten en het terugtreden uit functies zijn onvoldoende onderbouwd. Ook is geen bewijs geleverd van financiële belemmeringen door het beslag.
De grieven van appellant falen derhalve en het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank Utrecht dat de schadevordering afwijst. Appellant wordt veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst de schadevordering af wegens onvoldoende causaal verband.