ECLI:NL:GHAMS:2011:BQ5028
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- E.B. Knottnerus
- G.P.M. van den Dungen
- W. Duitemeijer
- Rechtspraak.nl
Beoordeling kennelijk onredelijk ontslag van notarisklerk wegens bedrijfseconomische redenen
Het gerechtshof Amsterdam heeft in hoger beroep het vonnis van de kantonrechter Utrecht bekrachtigd waarin werd geoordeeld dat het ontslag van appellant, een notarisklerk, door geïntimeerde, een notaris, niet kennelijk onredelijk was. Het ontslag vond plaats wegens bedrijfseconomische redenen, waarbij de werkgever door de kredietcrisis en hoge kosten genoodzaakt was maatregelen te nemen.
De financiële situatie van de notarispraktijk was zorgelijk, met dalende omzet en bedrijfsresultaat, hoge personeels- en huisvestingskosten, en een verscherpt financieel toezicht. De werkgever kon niet anders dan het dienstverband van appellant beëindigen, mede omdat het salaris van appellant een groot deel van de personeelskosten uitmaakte en er geen passend ander werk binnen de praktijk of bij andere kantoren beschikbaar was.
Appellant stelde dat het ontslag kennelijk onredelijk was omdat hij geen financiële compensatie ontving en dat hij door het ontslag pensioenschade leed en niet van een prepensioenregeling kon profiteren. Het hof oordeelde dat appellant onvoldoende onderbouwing gaf voor pensioenschade en dat de gevolgen van het ontslag weliswaar ernstig waren, maar niet zodanig dat ze niet opwogen tegen het zwaarwegend belang van de werkgever.
Het hof concludeerde dat de opzegging niet kennelijk onredelijk was en wees de grieven van appellant af. Tevens werd appellant veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het ontslag van appellant wegens bedrijfseconomische redenen is niet kennelijk onredelijk en het bestreden vonnis wordt bekrachtigd.